Coördinator van het taalnetwerk: “Laaggeletterdheid los je niet alleen op”
Diana beweegt zich als coördinator door het hele netwerk. Niet vanuit één organisatie, maar namens alle partners samen. “Ik zeg altijd: laaggeletterdheid los je niet alleen op. Juist door samen te werken, maak je het verschil.” De trainingen worden dan ook aangeboden aan een brede groep: bibliotheken, gemeenten, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, vrijwilligersorganisaties en meer.
Diana: “De gemeenten voeren regie op de aanpak laaggeletterdheid. Vanuit mijn netwerkrol wil ik zo veel mogelijk professionals helpen die NT1’ers tegenkomen, maar nog niet goed weten wat ze zien en wat ze ermee kunnen doen. De interactieve sessies van Hetsen & Visschers zijn daar perfect voor.”
NT1 vinden en bespreekbaar maken
Diana werkte eerder zeven jaar in de volwasseneneducatie en gaf NT1-groepen les. Toen ze de kans kreeg om in het taalnetwerk juist deze doelgroep beter te bereiken, wist ze: dit wil ik doen. Tegelijk zag ze hoe lastig dat is. NT1’ers zijn moeilijk te vinden, en het gesprek over laaggeletterdheid wordt vaak vermeden.
Diana vertelt: “De NT2-doelgroep vinden we als professionals makkelijker. Het is eenvoudiger om met hen het gesprek te openen. Met NT1’ers is dat moeilijker. Het helpt dus echt als men daar handvatten voor krijgt en ermee kan oefenen. Dat is wat we met Hetsen & Visschers doen.”
Daarom zocht ze een aanpak die verder gaat dan informeren alleen. “Ik kan wel een presentatie geven, maar dat is niet genoeg. We hadden iets nodig dat leidt tot handelen in het moment zelf: signalen herkennen, normaliseren, woorden vinden en vervolgens de juiste stap zetten.”
Impact maken en vaardigheid oefenen: regietheater mét praktijkworkshop
Diana zet onze leerprikkels heel bewust en gericht in. Omdat ze merkt dat het twee dingen tegelijk doet: het raakt én het leert. “Ik heb Hetsen & Visschers het afgelopen jaar al vijf keer ingezet. Steeds met groepen van twintig tot veertig deelnemers uit allerlei organisaties.”
De combinatie waar ze het meest op leunt, is regietheater met een praktijkworkshop. “Die combinatie vind ik heel krachtig. Deelnemers kijken niet alleen, ze denken mee en gaan daarna oefenen. Zo ga je van bewustwording naar gespreksvoering. Van begrijpen naar handelen.”
Dat oefenen maakt het verschil. “Dat heeft voor ons echt meerwaarde: de praktijktrainer komt tegenover je zitten en je gaat in gesprek over wat je hebt gezien.”
Regietheater: lokaal, herkenbaar en interactief
Wat Diana aanspreekt in het regietheater, is dat het nooit een standaard script is. Onze trainingsacteur stemt het script af op het thema én op de organisaties in de zaal. “Bij mij zijn het steeds verschillende casussen, omdat ik dit voor verschillende doelgroepen organiseer.”
De setting verandert mee. “Zit er veel bibliotheekpersoneel in de zaal? Dan speelt het zich daar af. Zitten er veel mensen van de gemeente, bijvoorbeeld vanuit Werk & Inkomen? Dan verschuift de context.”
Na het regietheater volgt altijd verdieping in kleinere groepen. “Dan gaan twee groepen van bijvoorbeeld twaalf deelnemers uit elkaar. In ongeveer anderhalf uur praten ze door en oefenen ze op persoonlijk niveau.”
Impact maken vóór het oefenen: de voorstelling Laaggeletterd en de monoloog
Naast regietheater en praktijkworkshops zet Diana ook andere leervormen in, afhankelijk van het doel en de doelgroep. Zo speelde de voorstelling Laaggeletterd een belangrijke rol in haar eerste jaren als coördinator.
“Volgens mij zag ik al op de derde dag in deze baan deze voorstelling en toen dacht ik meteen: wat mooi.” Deze vorm zet Diana vooral in als brede bewustwording, om mensen te raken en het onderwerp open te breken.
Voor sommige doelgroepen kiest Diana bewust voor een andere vorm: de monoloog. Die zette ze bijvoorbeeld in voor communicatieprofessionals. “Zij hadden mij gevraagd om een presentatie te geven over laaggeletterdheid. Toen dacht ik: hoe maak je impact?”
De monoloog werkt op emotie en perspectief. “Op een emotioneel moment huilt de trainingsacteur en je ziet dat sommige mensen bijna met haar mee moeten huilen. Dat raakt dus echt.”
“Niemand geeft lager dan een acht”
Elke sessie wordt geëvalueerd. En wat daaruit terugkomt, is opvallend consistent: “Het gemiddelde cijfer is een 8,5. En we krijgen echt veel positieve feedback.” Om dat te onderstrepen deelt Diana een tweetal quotes van deelnemers:
“Door inzet van de acteurs raakte je meteen de kern. De praktische inslag was erg goed. Evenals de mogelijkheid voor interactie.” En: “Het rollenspel maakte je meteen heel bewust van hoe het in de praktijk werkt.”
Waarom werkt het zo goed, ook bij gemengde groepen? Diana: “Regietheater is vernieuwend; dat hebben de deelnemers niet vaak gezien. Het verrast en prikkelt. Door de inzet van de acteurs raak je meteen de kern. Maar vooral: je krijgt concrete handvatten die je meteen kunt toepassen op je volgende werkdag.”
Een belangrijk hulpmiddel is het kaartje dat we hebben ontwikkeld, waarop staat uitgelegd in welke stappen je laaggeletterdheid bespreekbaar kunt maken. Het ligt, aldus Diana, op balies en bureaus bij verschillende organisaties en helpt professionals om deze stappen te onthouden en toe te passen. “Het begint bij signalen herkennen, dan normaliseren en complimenteren, en uiteindelijk warm doorverwijzen. Mensen gaan snel weer op in de waan van de dag, maar door zo’n kaartje blijven ze het geleerde beter toepassen.”
Ook de diversiteit in de zaal draagt bij. “Je hebt mensen van het Informatiepunt Digitale Overheid tot iemand van de klantenservice bij een woningcorporatie die nog nooit over laaggeletterdheid heeft nagedacht. Juist dan ontstaat kruisbestuiving. Als je het niet alleen uit één organisatie haalt, gebeuren vaak de mooiste dingen.”
Sessies als startpunt voor beweging
Hoe waardevol de trainingen ook zijn, Diana ziet ze nooit als een los moment. “Je zet het altijd in om naar een volgend doel te komen.” Dat doel is helder: professionals moeten niet alleen herkennen, maar ook weten wat ze kunnen doen en waar ze mensen naartoe kunnen begeleiden.
Daarom zorgt Diana altijd voor voorbereiding en opvolging. “Ik vraag of deelnemers vooraf de e-learning van Stichting Lezen & Schrijven willen doen. En na afloop zet ik in op aanbod, contacten en ambassadeurs.” Want vaak is herhaling nodig. “Soms moet een NT1’er vanuit zeven verschillende hoeken horen dat hij iets aan zijn situatie kan doen, voordat hij de stap zet.”
Vooruitkijken: blijven herhalen, omdat het netwerk blijft bewegen
De aanpak van laaggeletterdheid vraagt tijd. En het netwerk blijft veranderen. “Er zijn altijd nieuwe mensen,” zegt Diana. “Daarom blijven de sessies terugkomen. Ze staan dus alweer gepland voor dit jaar.”
De kracht van deze samenwerking zit niet in één sessie, één vorm of één moment. Het zit in de beweging die wordt ingezet. In professionals die leren zien wat eerder onzichtbaar bleef. Die woorden vinden om het gesprek daarover te voeren. En die weten wat ze kunnen doen als iemand tegenover hen worstelt met lezen, schrijven of rekenen.
Wij helpen daarbij door laaggeletterdheid tastbaar te maken. Door situaties te laten zien zoals ze écht zijn, ruimte te creëren om te oefenen en concrete handvatten te bieden voor het gesprek.
Diana zorgt ervoor dat die beweging niet stopt bij bewustwording. Dat het gesprek niet eindigt bij herkenning, maar doorloopt naar actie, passend aanbod, samenwerking in het netwerk en warm doorverwijzen naar de juiste plek. Zodat iemand die eenmaal durft te zeggen “ik vind dit lastig”, ook daadwerkelijk verder kan.
Of, zoals Diana het zelf samenvat: “Het is nooit een eenmalige interventie; je moet er altijd meer op inzetten.” En precies daar zit de waarde van deze samenwerking: niet in het moment op zich, maar in alles wat daarna in beweging komt.




